100 jaar droge voeten

100 jaar droge voeten en de naam van de dijkbouwers

Nederlanders en de strijd tegen het water. Het is een leus die veel mensen bekend in de oren klinkt. Maar het wordt nog altijd verkeerd uitgelegd. De strijd tegen het water heeft namelijk niet zozeer te maken met de watersnoodrampen van 1916 en 1953. De strijd tegen het water heeft te maken met een veel eerder moment in de geschiedenis waarin de Nederlanders de strijd met het water aangingen. Niet om het land te beschermen tegen het water, maar om land terug te winnen dat het water in bezit had. Dat is waarom de Nederlanders eeuwenlang internationaal bekend hebben gestaan als de dijkerbouwers van de wereld.

Rond het jaar 1000

De eerste mensen woonden in Nederland rond 500 voor Christus en zij bouwden terpen om veilig te zijn voor het water. Een terp is niet veel meer dan een heuvel die door mensenhanden gemaakt is. Door de hogere ligging was stijgend water van de zee of een rivier geen probleem meer. Al vanaf 1000 na Christus zijn de Nederlanders aan het werk met het ontginnen van land. Er werd hierbij veel gebruik gemaakt van dijken om het nieuwverworven land te beschermen tegen de kracht van het water. Het bouwen van dijken werd overigens steeds beter omdat er steeds meer kennis beschikbaar kwam naar mate men ermee aan het werk was. Rond 1150 was de eerste grote ontginning klaar bij Utrecht en werd er gekeken naar meer mogelijkheden.
Die werden gevonden bij het droogmalen van polders. Er was meer kennis, er was meer kracht en met de verworven ervaring durfden de Nederlanders het aan om gebieden droog te pompen met behulp van molen en het aanleggen van dijken. Hierbij ging het om de ondiepe gebieden die vrijgemaakt konden worden. Veel van de Nederlanders zijn dan ook naar het buitenland gegaan om daar te assisteren bij soortgelijke projecten, die door de mensen daar voor onmogelijk gehouden werden. Totdat de Nederlanders kwamen.

Is de strijd gewonnen?

De euforische stemming sloeg al snel om toen de eerste overstromingen plaatshadden in de 13de eeuw. Alle kennis had geresulteerd in sterke dijken, maar de kracht van het water werd nog onderschat. Door te werken met verenigingen die aan de slag gingen met bepaalde dijken, werd er een steeds sterker beleid opgezet (hier komt de term ‘poldermodel’ overigens écht vandaan: het constante overleg tussen veel verschillende dijkgraven) en werd de strijd herhaaldelijk gewonnen.
Maar de strijd eindigt nooit. De twee watersnoodrampen uit de 20ste eeuw bewijzen dit. Een moment van onoplettendheid of het verslappen van de aandacht is genoeg om het land weer te verliezen aan het water. Gezien de ligging van het grootste gedeelte van Nederland – onder de zeespiegel – en de voorspelde effecten van het broeikaseffect en de globale opwarming, is het de verwachting dat de strijd van de Nederlanders met het water de komende jaren alleen maar weer heftiger zal worden. Het gevecht tussen land en water en alles wat daarbij komt kijken, is een centraal onderwerp wanneer het gaat over 100 jaar droge voeten.